|
Onderstaand een overzicht van de algemene regels voor het berekenen van de inkomstenbelasting. Mocht u over uw specifieke situatie van gedachten willen wisselen, kunt u hier klikken.
Privé-personen vallen onder de persoonlijke belasting. Er bestaan specifieke vrijstellingen en/of toelagen voor onder andere gehuwden en gezinnen met kinderen en gepensioneerden. Daaraan kunnen voorwaarden verbonden zijn. Ook de Spaanse inkomstenbelasting kent aftrekposten; of u daarvan gebruik kunt maken wordt op basis van specifieke eisen beoordeeld.
De inkomstenbelasting ((Impuesto sobre la Renta de las Personas Físicas; ofwel: IRPF) wordt geheven aan de bron over bepaalde soorten inkomen: inkomen uit werk in loondienst, uit werk als zelfstandige en uit beleggingen in andere objecten dan onroerend goed. Ingezetenen van Spanje betalen over hun wereldinkomen belasting in Spanje.
Niet-residenten betalen in elk geval een soort huurwaardeforfait over de tweede woning in Spanje als die niet wordt verhuurd. Wordt het huis wel verhuurd dan bent u verplicht belasting te betalen over de huurinkomsten.
Vanaf 1-1-2007 is het belastingstelsel vereenvoudigd en zijn de belastingen in twee delen gesplitst:
a) de algemene inkomsten: inkomsten uit arbeid, pensioen, uitkeringen en huurinkomsten. In Spanje wordt over de netto inkomsten conform onderstaande tabel belasting per 1-1-2007 geheven. Het gedeelte dat de werkgever al heeft ingehouden kan worden afgetrokken.
Inkomsten na aftrek
vrijstelling vanaf |
Vast bedrag belasting |
Over het meerdere |
Percentage over het
meerdere van eerste kolom |
0 |
0 |
17.360 |
24% |
17.360 |
4.166,40 |
15.000 |
28% |
32.360 |
8.366,40 |
20.000 |
37% |
52.360 |
15.766,40 |
Daarboven |
43% |
b) voor verkoop van onroerend goed, verkoop aandelen in een onderneming en rendementen op beleggingen is de belasting ingrijpend veranderd. Vanaf 1-1-2007 geldt voor residenten en niet-residenten hetzelfde tarief van 18% over de verkoopopbrengst. Over de opbrengst na aftrek van de aankoopkosten en alle overige officiële kosten (verbouwing, notaris etc.) dient dit percentage te worden afgedragen. De notaris hield voor niet-residenten altijd 5% over de verkoopprijs in voor het afdragen van deze belasting over de meerwaarde, maar dit percentage is verlaagd naar 3%. Voor woningen gekocht voor 1986 geldt er een overgangsregeling. Voor residenten is belasting over de meeropbrengst verschuldigd maar in een verhouding van het aantal jaren dat de woning in bezit is na 20-1-2006, waarbij de eerste 20 jaar worden vrijgesteld. Voor niet-residenten vanaf 1-1-2007. Tussen 1986 en 1994 zijn er nog vele afwijkende regelingen geweest.
Bent u al 3 jaar fiscaal resident en koopt u een nieuwe ‘eigen’ woning, dan heeft u 2 jaar (bij nieuwbouw kan dat oplopen tot 4 jaar) de tijd om de vermogenswinst te herinvesteren in deze nieuwe eigen woning. U hoeft dan (nog) niet af te rekenen met de fiscus over het bedrag dat u in de nieuwe woning herinvesteert. Bent u ouder dan 65 jaar en langer dan 3 jaar fiscaal resident dan heeft u een volledige vrijstelling voor de vermogenswinstbelasting over de verkoopwinst van uw huis.
Nieuw is ook dat de vermogenswinstbelasting nu geldt voor alle vermogenswinsten; dus ook voor gerealiseerde winsten, dividend en rente op uw beleggingsportefeuille.
De belangrijkste vrijstellingen zijn:
- indien er alleen inkomsten uit arbeid zijn en het inkomen < € 22.000 dan is het niet noodzakelijk belastingaangifte te doen
- indien de rente en dividendinkomsten < € 1.600 zijn, dan wordt daar geen belasting over geheven
- alle vermogenswinsten (capital gain) wordt vanaf 1-1-2007 belast met een tarief van 18%
- de algemene vrijstelling is ongeveer € 5.050 per persoon
- voor inkomsten uit arbeid geldt een extra vrijstelling van € 1.300 per persoon
- voor 65 + ers komt hier € 900 per persoon bij
- er is een anti-cumulatie beding van 60% (IB plus VB bedraagt niet meer dan 60% belastbaar inkomen)
|