Gelijkstelling residenten/niet-residenten?
Op grond van de tot 31 december 2006 geldende Spaanse belastingwetgeving werd over de vermogenswinst van niet-ingezetenen belasting met een tarief van 35% geheven, terwijl voor die van de ingezetenen een progressief tarief gold indien de vermogensbestanddelen minder dan een jaar in hun bezit bleven, en een tarief van 15% indien die periode meer dan een jaar bedroeg. Gevolg was dat de fiscale last van de niet-ingezetenen steeds groter werd indien zij hun goederen een jaar na de verwerving ervan verkochten. Als de goederen binnen een jaar na de verwerving ervan werden vervreemd, was de fiscale druk voor de niet-ingezetenen ook groter, behalve wanneer het op de ingezeten belastingplichtigen toegepaste gemiddelde tarief meer dan 35% bedroeg (wat een zeer aanzienlijke vermogenswinst zou betekenen).
De Europese Commissie heeft tegen deze wetgeving een procedure bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap gestart. Spanje heeft de uitspraak van het Hof niet afgewacht, maar heeft via de IRPF de tariefstelling voor de vermogenswinstbelasting voor residenten en niet-residenten gelijk getrokken: 18%. Hiermee wordt wel aan de Europese regels voldaan.
De procedure bij het Hof is echter niet stilgezet en nu heeft het Hof een uitspraak gewezen dat de regeling zoals die bestond inderdaad in strijd is met Europees recht.
Het voert te ver om de argumentatie en conclusie helemaal te bespreken, maar duidelijk is dat deze uitspraak voor Spanje tot gevolg heeft dat er actie ondernomen moet worden. Spanje zal moeten gaan kijken naar andere regelingen waar nog wél onderscheid wordt gemaakt tussen residenten en niet-residenten en deze verschillen moeten opheffen willen ze niet met nog meer procedures bij het Europese Hof belanden.
|